Rembrandt & Vermeer in Amsterdam

Het Rijksmuseum  in Amsterdam heeft een erg fijne cafetaria. Je drinkt er prinsheerlijk koffie met uitzicht op de mensen die in de Giftshop zich tegoed doen aan replica’s van de schilderijen van Rembrandt en Vermeer. Ongelooflijk hoe bijna 400 jaar hun werken in de ‘Pronkzaal’ nog aanspreken.

de Pronkzaal
de Pronkzaal

De Nachtwacht

De Nachtwacht van Rembrandt  is het absolute pronkstuk:  Er staat een militie op afgebeeld die zorgde voor de bewaking van een deel van Amsterdam. Elke zichzelf respecterende nachtwacht liet zo een ‘groepsfoto’ schilderen. De leden van de milities  legden  er geld voor samen. Omdat ze er allemaal zo levensecht op staan lijkt het alsof je  midden tussen de nachtwachters staat.  Dat was nu net de specialiteit van Rembrandt: de mensen natuurlijk en zonder verfraaiing afbeelden. In die tijd wat choquerend. Een portret hoorde statig te zijn.

Staalmeesters keuren lakens

Je had in die tijd ook ‘Staalmeesters’ en die keurden de kwaliteit van het Laken: een wollen stof die tot vilt werd verwerkt. Ze hielden kantoor in de Lakenhal. Dat hadden we ook in Sint-Truiden ook. De Belforttoren is wat er nog van rest. De Lakenhal is opgegaan in het Stadhuis.
Ook de Staalmeesters vroegen  dus aan Rembrandt een portret te schilderen om zichzelf te vereeuwigen.

rembrandt verbaasd
Rembrandt verbaasd

Rembrandt tekende en schilderde niet alleen anderen. Hij heeft ook  100 zelfportretten van zichzelf gemaakt.  Die met ‘verbaasde blik’ vind ik een van de mooiste tekeningen ‘ever’. Het is amper 5 op 5 cm groot en werd geëtst op een koperplaat.

Het ziet er eenvoudig uit maar probeer maar eens na te tekenen: het is me niet gelukt. Kopen is vrij duur: 50.000 Euro wordt ervoor geboden in veilinghuizen. Wellicht vandaar die verbaasde blik. Rembrandt maakte graag portretten, waarschijnlijk omdat hij daar goed zijn boterham mee verdiende. Hij had een erg groot huis in Amsterdam, later het Rembrandthuis genoemd. Je kan het bezoeken.  Hij heeft het niet kunnen houden en is berooid verhuisd toen zijn gloriedagen voorbij waren.

Rembrandt hield van zijn werk en heeft, toen hij verarmd en quasi niets meer had, toch een werk teruggekocht voor maar liefst 100 gulden (toen ook al erg veel geld). Deze tekening wordt sedertdien de  ‘honderdguldenprent’ genoemd. Vandaag is ook die ‘iets’ duurder

Levensecht

De trend van levensechte portretten was dus gezet. Vermeer ging er ook mee aan de slag en schilderde het Meisje met de Parel (aan het oor). Er is veel discussie of het nu een parel is of niet. in elk geval is het een mooi meisje dat je recht in de ogen kijkt. Zij is er niet meer maar haar beeltenis nog wel. Ook het Melkmeisje leeft door, niet alleen op linnen doek in de pronkzaal, ze komt ook bij u thuis op TV:  in commercials voor Pudding van La Laitière

Nationale Feestdag in Zwitserland

Op 1 Augustus 1291 hebben drie kantons een eed gezworen elkaar ten allen tijde en eeuwigdurend te beschermen (een soort NATO avant la lettre): De Grauwe Bond werd gesmeden. vandaar de naam ¨van het eerste kanton: Graubnden. Vele andere kantons zijn gevolgd en zo is de Confederatio Helvetica ontstaan: vandaar CH op de nummerplaten in Zwitserland.

Feestdag

Nationale Feestdag in Zwitserland
Nationale Feestdag in Zwitserland

Zwitsers zijn nogal terughoudende mensen. Ze volgen zeer strikt de regels en dat geeft soms conflicten met mensen die meer met compromissen zijn opgegroeid (zoals Fransen, Italianen, Belgen, … ).  Maar op 1 augustus gaan ze dus volledig los in de bergen. Stoelen aan de kant, een dansvloer op het dorpsplein en enige pintjes en saucissen erbij. De kinderen lopen  tegen valavond samen met lampionnen door de straten.

Brand, Brand!

Ze steken ook wat hooi in brand hoog in de bergen: dat geeft zo wat vuur en rook; vinden ze heel leuk. Waarom ze de bergen in de fik steken op 1 augustus is me niet heel duidelijk. Op andere dagen duurt het geen minuut of de politie zou naast u staan. Maar op 1 augustus kan het dus wel. Ik vermoed na aanvragen van een vergunning…

Zwitserse Precisie

Ik ben in elk geval heel blij met de Zwitserse precisie en nauwgezetheid want door die volhardendheid maken ze onder andere de beste kleurpotloodjes van de wereld. Daar kleur ik deze tekeningen mee in. Ik heb al verschillende andere merken geprobeerd maar Caran d’Ache is vanwege de intense pigmenten voor mij althans top.

Een ander punt waar ik de Zwitsers voor bewonder is hun democratisch systeem. Verschillende keren per jaar komen alle stemgerechtigde personen samen op het plein of in de sporthal en word er met handopsteking over de ‘zaken’ beslist. Een echte volksdemocratie. De president van Zwitserland is dan ook eerder een protocollaire figuur die naar ik meen elk jaar gewisseld wordt. Zo blijft de beslissingsmacht waar ze hoort: bij de mensen.

Oorlog? Separatisme? Wass ist dass?

De Zwitsers slagen er ook in al honderden jaren geen oorlog meer te hebben gevoerd. Ze wonen ook niet met drie taalgroepen maar met vier taalgroepen samen: er wordt Frans, Duits, Italiaans en reto-romaans gesproken. En dat zonder enige vorm van separatisme.

Prettige feestdag dan ook gewenst en nog vele jaren daar in Zwitserland!

 

Oberalppas met vuurtoren en trein

oberalp
oberalp

Deze bergpas verbindt verbindt Graubünden met de vallei van Andermatt.  Graubünden? Waar is dat?  Welnu, veel Vlamingen hebben er vakanties doorgebracht met Intersoc: Disentis en Maloja zijn de bekendste bergdorpen. Met de nachttrein vanuit Schaarbeek naar Chür en dan met de rode trein van de Rhätische Bahn verder naar de bestemming. Wie heeft dat niet ooit gedaan?

Die rode  treinen rijden nog altijd. Er zijn zelfs speciale treinstellen louter voor toeristen: de Glacier Express. Die brengt de treinliefhebber van Zermatt naar St.-Moritz. Voor velen is deze treinrit het hoogtepunt van de vakantie. Je ziet erg veel Aziaten onder de passagiers.
Halverwege het traject ligt dus de Oberalppas.

Oberalp in winter en zomer

In de zomer vertrekpunt voor vele wandelingen: bergop naar de bron van de Rijn (de Tomasee). Bergaf wandelen brengt je naar Disentis of Andermatt . Er zijn ook veel fietsers op de bergpas. Zo een bergpas beklimmen lijkt quasi onmogelijk maar is toch doenbaar. Ze verkopen er ook streekproducten: honing van bergbloemen en gedroogd vlees.

In de winter kan je met de ski’s vanuit Andermatt of Sedrun op de bergpas raken via de skiliften. Je kan zelfs met je skischoenen aan je voeten en de ski’s in de hand de trein nemen vanuit Andermatt of Sedrun tot op de Oberalp. Dan is er ook een rijtuig met bar waar je warme chocolademelk kan drinken in je ski-outfit.

 

Er staat ook een vuurtoren op de Oberalppas. Het is de hoogst gelegen vuurtoren ter wereld. Het is een knipoog naar Rotterdam waar de Rijn, die hier dus ontspringt, uitmondt. Kwestie van de Duitse en Nederlandse toeristen te plezieren. Hij staat er eigenlijk wat verloren bij.  Het is wellicht een mooi fotomoment voor de passagiers van de Glacier Express. Er varen namelijk weinig boten op het meer van de Oberalp.

Het leukste is toch nog een drankje op een terrasje mogen drinken na een wandeling. Je ziet de postbus, de trein, auto’s wandelaars, fietsers en motards passeren. Je kan kiezen of je in het kanton Graubünden iets drinkt of in Kanton Uri. De grens tussen de twee kantons ligt namelijk tussen de twee cafés in.  Grützi.

 

de Tomasee: bron van de Rijn

Tomasee
Tomasee

Bergwandelingen in Zwitserland zijn wandelingen in bergen. Alpen. Dat zijn geen heuvels. Als op een lijst met wandelingen niet vermeld staat ‘geschikt voor kinderen of families’: be prepared ! Wandelschoenen, zonnecrème, een pet voor de zon of de regen, een rugzak met wat water en koekjes zijn dan een absolute must. Onderweg zijn er immers geen binnenwegjes. Bergop is bergop vanaf de eerste meter. De tijdsaanduidingen op de gele bordjes zijn correct. Geen compromissen mogelijk.

Vertrekpunt Oberalppas

Als je met de trein van de Rhätische Bahn tot op de Oberalp spoort, kan je verder wandelen naar de bron van de Rijn. de Tomasee ligt op een hoogte van 2345 meter. Elke vlok sneeuw, elke druppel regen die hier valt,  gaat via Duitsland en Nederland naar de Noordzee. 50 miljoen mensen leven in het stroomgebied van de Rijn.

Tomasee

Wandelen naar deze bron duurt anderhalf uur. Langs koeien die vaak achteloos op het pad staan of liggen. Hangjongeren kun je nog aanspreken als je durft. Met een ‘hangkoe’ ga je beter niet in discussie.
Het pad gaat over op rotsen met louter geverfde aanwijzingen van de ‘Grande Randonnée’. Kies zelf maar de beste stapstenen uit.  Brugjes zijn er niet meer. Kleine stroompjes wel, te klein om als beekje door het leven te gaan. Omhoog, omlaag en omhoog tot je eindelijk de Tomasee bereikt. Niemand die u op staat te wachten, geen kiosk of souvenirwinkel.  Alleen jezelf, je tochtgenoten en moeder Natuur.

De Tomasee is ijskoud, ook in de zomer. Toch is ze bewoond door kleine visjes en grijze slierterige wieren. Er ligt nog wat sneeuw van de afgelopen winter langzaam te smelten. Aan de andere kant een prachtig groen veen. Een eenzame roofvogel, een alpenkraai.

de Marmot van de Maigelshütte

Op de terugweg langs de Maigelshütte kijkt een marmot ons onderzoekend aan. ‘Rühe Bitte’  zie je ze denken. Geen dertig centimeter steekt ze boven de aarde uit, toch dwingt ze ontzag af. Van die koeien geleerd wellicht.

De laatste trein van op de bergpas terug  naar het dorp is om 18.50. Gelukkig is er maar één trein per uur. Tijd genoeg voor een drankje op 2044 meter hoogte.

Hotel du Lac- Menaggio

Menaggio
MENAGGIO

O Sole mio

De dorpjes aan het Comomeer zijn kleine vissersdorpjes. Omdat de dorpjes en de hotels niet al te groot zijn en bussen amper langs de weg langs het Comomeer kunnen rijden kan hier fysiek geen  massatoerisme uitgebouwd worden.Que bella cosa! Cruiseboten met vijfduizend en meer passagiers varen niet rond op het Comomeer. Er is gewoonweg niet genoeg plaats.
De oevers gaan direct steil omhoog. Hier en daar wat keienstranden.  In Menaggio parkeren is dan ook niet evident. Gelukkig heeft het Hotel du Lac een parking. Jammer genoeg ook een straatzanger met uitgebreid repertoire én versterker onder het balkon. Hij heeft ook een compagnon die een synthesizer bedient.

In Menaggio kan je de ferry nemen naar de andere dorpjes. Naargelang de afstand zijn er verschillende tickets. Er is geen app voor de vertrek -en aankomsturen. Er is wel een kaart met op de achterzijde de ‘orario’ of tijdstabel. Niet evident te lezen want opgesteld  ‘a l’italienne’.

Che bella cosa: un giornata al sole

Je vaart op tien minuten het meer over. Net de Flandriaboot. In Varenna aangekomen rijden eerst de auto’s af en dan  mogen de voetgangers en fietsers er achteraan. Ook in Varenna veel ‘Bella Italia’ met gelato, café doppio-espresso, fiori en lago. Het is gewoon mooi en nog relatief ongeschonden. Toch is er blijkbaar ook hier veel commerce te doen met prullaria uit China. Nu ja, dat hebben ze zelf wel wat gezocht indertijd door ene Marco Polo op pad te sturen naar China om daar zijde te gaan halen. Como is sedertdien de hoofdstad van de zijden stropdas. De Zijderoute is ondertussen vervangen door containerschepen die door het Suezkanaal varen.

Van Varenna kan je dan naar Bellagio met de ferry. Dit is het meest ‘mondaine’ plaatsje van de buurt. Mondain wil volgens mij zeggen: meer volk,  meer winkels en meer hotels. Aan de overkant zie je de Villa Carlotta. Vreemd dat de beroemdste villa niet in Bellagio staat. Wellicht hadden de bewoners van Villa Carlotta meer zin in rust en kalmte en liefst  niet te veel ‘mondain’ aan hun oren. We hebben ook de ferry een uur vroeger genomen terug naar Menaggio met omweg langs Varenna, kwestie van de wind door de haren te voelen waaien.

In Menaggio hebben we chips van San Carlo, appelsienen uit Sicilië, koekjes en een drankje gekocht en wat gerust op onze familiekamer.  ‘Aperitivo’ voor we naar het restaurant reden, sterk aangeraden door Tripadvisor  omwille van zijn authenticiteit. We hebben er goed gegeten en de bediening was inderdaad authentiek.

l’ Aria serena doppo la tempesta!

Terug in Menaggio waren we blij dat het onweer dat opstak de straatzanger technisch werkloos maakte. Buonna Notte.

Het meer van Lugano

Lago Lugano

lugano
lugano

Vanop een bankje in het park San Michele heb je een prachtig zicht op het meer van Lugano. Dit meer heeft als bijnaam Cerisio. Veel kans dat je er erg snel langs bent gereden op weg naar Italie. De autoweg brengt je aan de achterkant van Lugano tot aan een tunnel onder de machtige berg San Salvatore. Eens uit deze tunnel rij je over de brug van Melide naar Bissone over het meer. Deze brug verstoort een beetje het aangezicht van het meer maar anderzijds verkort ze de reistijd enorm.

‘que chiasso’

Eenmaal over de brug ben je zo in Chiasso, nog net Zwitsers grondgebied. Letterlijk vertaald uit het Italiaans betekent chiasso ‘ lawaai’ ,’ geruis’ …  In Zwitserland, waar er strenge straffen staan op ongeoorloofd lawaai maken  (Lärm), viel wellicht  aan de grens al de rumoerigheid der Italianen op.

Campione d’Italia

Als je over  de brug van Melide links af rijdt kom je in Campione d’Italia gaan. Deze Italiaanse enclave rij je tegenwoordig  zo binnen zonder grenscontrole. Vroeger, in de tijd van de Italiaanse lire,  kon je er goedkoop inkopen doen. Nu is er enkel nog een groot casino om te gokken. Verder is er eigenlijk niet veel te beleven in Campione d’Italia.

Subtropisch paradijs

Uitkijkend over het meer van Lugano zie je veel bootjes. Een school met Optimisten (kleine zeilbootjes voor de eerste zeillessen) herken je van ver aan de typische vorm van het zeil. Speedboten, mooie ferry’s en een serieuze fontein maken het plaatje compleet. Op de oever staan schitterende villa’s met prachtige tuinen vol palmbomen en zwembaden. In de blauwe lucht zie je geen ordinaire meeuwen maar statige roofvogels die uit de Alpen overgevlogen komen.
Lugano zit vol tegenstrijdigheden: een Alpenstad met subtropisch klimaat in de zomer en skiliften op minder dan een uur rijden in de winter.

Allemaal prijzig wel zo een stad vol private banken. Maar aan de Italiaanse kant van het meer van Lugano ligt Porlezza. Daar kan je rustig genieten van een koffie en een ijsje op een terras pal aan de oever zonder dat je je moet zorgen maken over wisselkoersen…

Villa Carlotta – Comomeer – Italie

een villa als huwelijkscadeau

De Villa Carlotta is de beroemdste villa aan het Comomeer. De oever van dit meer staat vol prachtige palazzo’s, landhuizen en villa’s. Vroeger gebouwd door de aristocraten van Italië als zomerverblijf. Deze statussymbolen werden snel een must-have voor de adel van Europa. Zo kreeg prinses Carlotta van Oranje bij haar huwelijk deze villa cadeau.
Vroeger duurden vakanties wellicht langer dan 7 of 14 dagen. Althans voor diegene die vakantie konden nemen. Het gros van de bevolking kende het woord vakantie niet. De Villa Carlotta was dan ook eerder een zomerverblijf dan een vakantievilla.

Villa Carlotta
Villa Carlotta

Botanische tuin

De man van Carlotta, Georges, was een echte plantenliefhebber. Gewapend met schup en hark heeft ie de tuin doen uitgroeien tot een paradijs voor rododendrons en azalea’s. Naar het schijnt groeit er ook van elke bestaande citrusvrucht een boom of struik. Ik denk Georges wel hulp kreeg van enkele tuinmannen. De tuin is namelijk acht hectares groot. Op de flanken van de heuvels rond het Comomeer zie je allerlei prachtige bomen: Magnolia’s, Ceders, Oleanders, Pins-Parasols, Sparren en Cipressen. Souvenirs van verre reizen of cadeaus van verre ooms of tantes.

Villa Oleandra

De Villa Carlotta staat op de weg van Menaggio naar Como. Op deze weg staat nog een andere beroemde villa: de Villa Oleandra. Vroeger was die eigendom van de familie Heinz, ja van de ketchup. Nu is ze eigendom van die andere Georges: George Clooney . Hij verblijft er ook enkele maanden per jaar met vrouw en kinderen. De villa staat in het dorpje Laglio. Dit dorpje is door de nieuwe bewoner plotsklaps wereldberoemd. Toch zeker in de buurt van het Comomeer en in middens van filmsterren. Als je er door rijdt zie je erg veel nieuwbouwprojecten in de steigers staan. Wie wil er nu niet in de buurt van een filmster wonen?

In elk geval wil ik ook van de Villa Oleandra wel eens een postkaart maken. Vanuit de tuin of zo, zicht op de voorgevel. Langs de weg zie je immers alleen de achtergevel. Zo een grote villa tekenen daar is wel wat werk aan, dus liefst met een kopje Nespressokoffie .
Ik breng mijn papier en potloden mee -what did you expect?- . Indien interesse graag PM ; )